Antivirale middelen zijn geneesmiddelen die specifiek zijn ontwikkeld om virale infecties te bestrijden door de vermenigvuldiging van virussen in het lichaam te remmen of te stoppen. Deze medicijnen werken door in te grijpen in verschillende stadia van de virale levenscyclus, zoals het binnendringen van het virus in cellen, de replicatie van viraal genetisch materiaal, of het vrijkomen van nieuwe virusdeeltjes.
Het belangrijkste verschil tussen antivirale middelen en antibiotica is dat antibiotica uitsluitend bacteriële infecties bestrijden, terwijl antivirale middelen specifiek gericht zijn op virussen. Virussen zijn veel kleiner dan bacteriën en hebben een gastheercel nodig om te overleven en zich te vermenigvuldigen.
Artsen schrijven antivirale middelen voor bij bewezen virale infecties zoals griep, herpes, hepatitis of HIV, vooral wanneer vroege behandeling de ernst en duur van de ziekte kan verminderen.
Oseltamivir is een veelgebruikt oraal antiviraal middel dat effectief is tegen influenza A en B virussen. De standaard dosering voor volwassenen is 75 mg tweemaal daags gedurende 5 dagen. Voor preventief gebruik wordt 75 mg eenmaal daags aanbevolen. Het medicament is het meest effectief wanneer het binnen 48 uur na het ontstaan van griepsymptomen wordt gestart.
Zanamivir wordt toegediend via inhalatie met behulp van een speciale inhalator. De dosering is 10 mg tweemaal daags gedurende 5 dagen. Dit medicijn is bijzonder geschikt voor patiënten die geen orale medicatie kunnen verdragen, maar vereist wel een goede inhalatietechniek voor optimale werking.
Dit is een nieuwere behandelingsoptie die als enkelvoudige dosis wordt toegediend. Xofluza werkt door een ander mechanisme dan traditionele griepmedica
tie en kan de duur van griepsymptomen verkorten.
Herpesvirussen veroorzaken verschillende infecties die effectief behandeld kunnen worden met antivirale medicijnen. De meest voorgeschreven middelen behoren tot de nucleoside-analoga familie en werken door virale DNA-replicatie te remmen.
Deze medicijnen worden ingezet bij genitale herpes, koortsblaasjes (herpes labialis) en gordelroos (herpes zoster). Voor patiënten met frequent terugkerende infecties kan onderhoudstherapie overwogen worden. De behandelingsduur varieert van 5-10 dagen voor acute episoden tot langdurige suppressive therapie bij recidiverende infecties. Vroege start van behandeling binnen 72 uur na symptoombegin optimalisert het therapeutisch effect.
Voor de behandeling van COVID-19 zijn verschillende antivirale middelen beschikbaar, afhankelijk van de ernst van de ziekte en risicofactoren van de patiënt.
Paxlovid (nirmatrelvir/ritonavir) is de eerstelijnsbehandeling voor ambulante patiënten met verhoogd risico op ernstig beloop. Deze orale combinatiebehandeling moet binnen 5 dagen na symptoombegin gestart worden en duurt 5 dagen.
Remdesivir wordt voornamelijk gebruikt bij gehospitaliseerde patiënten en kan zowel intraveneus als oraal toegediend worden. Molnupiravir vormt een alternatief voor thuisbehandeling bij risicogroepen wanneer Paxlovid gecontra-indiceerd is.
Voor de behandeling van hepatitis worden geavanceerde antivirale therapieën ingezet, met name directe antivirale middelen (DAA's) voor hepatitis C. Deze revolutionaire medicijnen hebben de behandeling van hepatitis C volledig veranderd en bieden genezingspercentages van meer dan 95%. Belangrijke DAA's zijn sofosbuvir, ledipasvir en de combinatie glecaprevir/pibrentasvir, die specifiek werken tegen het hepatitis C-virus.
Voor hepatitis B worden tenofovir en entecavir als eerste keuze voorgeschreven. Deze middelen onderdrukken effectief de virusreplicatie en verminderen het risiko op leverschade. De behandelingsduur varieert van 8 tot 24 weken voor hepatitis C, afhankelijk van het genotype en de ernst van de infectie. Bij hepatitis B is vaak langdurige behandeling nodig. Tijdens de behandeling is regelmatige monitoring van leverfunctie en virale load essentieel om de effectiviteit te beoordelen en eventuele bijwerkingen tijdig te detecteren.
Antivirale middelen kunnen verschillende bijwerkingen veroorzaken, afhankelijk van de specifieke medicijngroep. Bij influenzaremmers komen vaak misselijkheid, hoofdpijn en duizeligheid voor, terwijl HSV/VZV-middelen zoals aciclovir soms nierproblemen kunnen veroorzaken. Hepatitis-medicijnen kunnen vermoeidheid, hoofdpijn en spijsverteringsproblemen geven.
Medicijntrouw is cruciaal voor het succes van antivirale behandeling. Stop nooit vroegtijdig met de kuur, ook niet bij verbetering van symptomen. Neem contact op met uw arts of apotheker bij ernstige bijwerkingen, tekenen van allergische reacties of bij vragen over interacties. Bewaar antivirale middelen op kamertemperatuur, droog en buiten bereik van kinderen. Controleer altijd de houdbaarheidsdatum en gebruik geen medicijnen na de vervaldatum.